De geschiedenis van Tunesië: 3000 jaar in een notendop

De geschiedenis van Tunesië: 3000 jaar in een notendop

Tunesië is een klein land met een buitengewoon groot verleden. Wie door de medina van Tunis loopt, passeert in één straat Arabische bogen, Ottomaanse koepels en Franse koloniale gevels.

Wie naar het zuiden rijdt, ziet Berberse rotsdorpen die al eeuwen voor onze jaartelling bewoond waren. En wie naar El Djem gaat, staat oog in oog met een Romeins amfitheater dat groter is dan alles wat in zijn soort buiten Italië bewaard is gebleven.

Die gelaagdheid is geen toeval. Het is de uitkomst van meer dan drieduizend jaar geschiedenis, waarbij de ene beschaving de volgende opvolgde en elk haar stempel drukte op wat er al was. Hieronder lopen we die geschiedenis door, periode voor periode.

De Berbers: voor alles was er al iemand

Voordat Feniciërs, Grieken of Romeinen een voet aan wal zetten, was het land al bewoond. De Berbers, of Amazigh, zijn de oorspronkelijke bevolking van Noord-Afrika. Ze trokken rond als nomaden, vestigden zich later als landbouwers in de vruchtbare noordelijke valleien en ontwikkelden hun eigen talen, tradities en sociale structuren.

Genetisch onderzoek laat zien dat de overgrote meerderheid van de huidige Tunesische bevolking van Berberse afkomst is, ook al beschouwen de meeste Tunesiërs zichzelf vandaag als Arabieren. In het zuiden van het land leven Berberse tradities, architectuur en dialecten tot op de dag van vandaag voort.

Lees het hele verhaal van de Berbers in Tunesië

Ca. 814 v.Chr. tot 146 v.Chr.: Carthago

Rond 814 voor Christus stichtten Fenicische kolonisten vanuit Tyrus een handelspost aan de Golf van Tunis: Carthago. Wat begon als een bescheiden haven groeide uit tot een van de machtigste steden van de antieke wereld, het middelpunt van een zeevarend handelsimperium dat de westelijke Middellandse Zee domineerde. De naam Carthago is voor altijd verbonden met Hannibal, de generaal die in 218 voor Christus met een leger en oorlogsolifanten de Alpen overtrok om Rome te bedreigen. Uiteindelijk verloor Carthago de strijd. In 146 voor Christus verwoestten de Romeinen de stad volledig.

Meer over de opkomst en ondergang van Carthago lees je op onze pagina over Carthago.

146 v.Chr. tot 7e eeuw: de Romeinse periode

Op de ruïnes van Carthago bouwden de Romeinen een nieuwe stad, die uitgroeide tot een van de belangrijkste van het hele rijk. Het vruchtbare land produceerde graan, olijfolie en wijn voor het hele Middellandse Zeegebied.

Elders in het land verrezen nieuwe steden: Dougga, Bulla Regia, Sbeitla. De sporen van die Romeinse bloei zijn het best bewaarde deel van het antieke erfgoed van Tunesië. Na het verval van het Romeinse Rijk volgden achtereenvolgens de Vandalen en de Byzantijnen, maar geen van beiden slaagde erin het land blijvend te beheersen.

De Romeinse nalatenschap in Tunesië staat centraal op onze pagina over de Romeinse periode.

7e eeuw tot 13e eeuw: de Arabische verovering

In 670 stichtte de Arabische generaal Uqba ibn Nafi de stad Kairouan, die zou uitgroeien tot het religieuze hart van de islam in Noord-Afrika. In 698 verdreven de Arabieren de Byzantijnen definitief.

De islamisering van de Berberse bevolking verliep niet zonder verzet, maar in de eeuwen die volgden namen de Berbers het nieuwe geloof over en mengden ze met de Arabische nieuwkomers. Arabisch werd de taal van het land. Kairouan groeide uit tot een van de heiligste steden van de islamitische wereld. Een reeks dynastieën volgde elkaar op, waarvan de Hafsieden de laatste en langste waren.

Het volledige verhaal van de islamitische verovering en de eeuwen die volgden lees je op onze pagina over de Arabische verovering.

1574 tot 1881: de Ottomaanse periode

In 1574 veroverde het Ottomaanse Rijk Tunesië. Formeel een provincie van het sultanaat, maar in de praktijk grotendeels zelfbesturend onder lokale beis. De Hoesseïnidische dynastie, die in 1705 aan de macht kwam, regeerde het land met een flinke mate van autonomie.

De Ottomaanse periode liet een duidelijke architecturale stempel na in Tunis: verfijnde paleizen, koepelmoskeeën en rijkelijk gedecoreerde binnenhoven. De medina van Tunis zoals die er vandaag uitziet is voor een groot deel een product van deze tijd.

Meer over deze periode lees je op onze pagina over de Ottomaanse periode.

1881 tot 1956: het Franse protectoraat

In 1881 dwongen Franse troepen de Tunesische bei het Verdrag van Bardo te ondertekenen. Tunesië werd een Frans protectoraat. De Fransen moderniseerden het land met spoorwegen, scholen en koloniale boulevards, maar exploiteerden tegelijk de landbouw en mijnbouw ten bate van de metropool.

Een opgeleid Tunesisch middenkader begon steeds luider om zelfbestuur te vragen. De Neo-Destour partij van Habib Bourguiba organiseerde het verzet. Na stakingen, demonstraties en gewapende strijd erkende Frankrijk op 20 maart 1956 de Tunesische onafhankelijkheid.

De Franse invloed op Tunesië en de strijd om onafhankelijkheid staat uitgebreid beschreven op onze pagina over het Franse protectoraat.

1956 tot heden: onafhankelijkheid en de moderne republiek

In 1957 werd de republiek uitgeroepen met Habib Bourguiba als eerste president. Hij voerde een opmerkelijk progressief beleid: gelijke rechten voor vrouwen, afschaffing van de sharia als rechtsbasis en massale investeringen in onderwijs.

In 1987 werd hij afgezet door Ben Ali, die 23 jaar autoritair regeerde tot de Arabische Lente van 2010 tot 2011 hem het land uitjoeg. Tunesië was het enige land van de Arabische Lente met een echte democratische transitie, maar in 2021 greep president Kais Saied de macht naar zich toe en sloeg het land een meer autocratische koers in. Het verhaal van het moderne Tunesië is nog volop in beweging.

De bewogen geschiedenis van het onafhankelijke Tunesië lees je op onze pagina over de onafhankelijkheid en de moderne republiek.

Meer over geschiedenis

Berbers

De geschiedenis van Tunesië begint niet bij Carthago. Ze begint bij een volk dat er al was toen de Feniciërs hun eerste schepen naar de Noord-Afrikaanse kust stuurden, dat er nog was toen de Romeinen vertrokken, en waarvan de sporen vandaag de dag nog zichtbaar zijn in het zuiden van het land. De Berbers, of Amazigh zoals ze zichzelf noemen, zijn de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika. Hun verhaal is het oudste verhaal van Tunesië, en ook het meest vergeten.

Carthago

<p>Op achttien kilometer van het huidige Tunis, tussen chique villawijken en met uitzicht op de Middellandse Zee, liggen de resten van een stad die ooit Rome naar de keel greep. Carthago was geen bescheiden nederzetting aan de rand van de geschiedenis. </p><p>Het was een handelswelvaart, een zeemacht, een cultuurcentrum en de grootste rivaal van het machtigste rijk dat de antieke wereld kende. Het verhaal van Carthago duurt van de negende eeuw voor Christus tot 146 voor Christus, toen de Romeinen de stad definitief van de aardbodem wegveegden. Maar zelfs dat einde bleek niet het laatste woord.</p>

Romeinse periode

<p>In 146 voor Christus verwoestten de Romeinen Carthago tot op de grond. Ze ploegden de vruchtbare akkers om, sloopten de muren en maakten de haven onbruikbaar. Maar ze vertrokken niet. </p><p>Het land dat de Carthagers hadden bebouwd was te waardevol om achter te laten: vruchtbare graanvelden, olijfgaarden, een gunstige kustlijn en een bevolking die al generaties lang handel dreef. Binnen een eeuw stond er op de puinhopen van Carthago een nieuwe stad. </p><p>Binnen twee eeuwen was Tunesië een van de rijkste en best ontwikkelde provincies van het Romeinse Rijk. De sporen van die periode zijn overal nog zichtbaar.</p>

Arabische verovering

<p>In de zevende eeuw na Christus veranderde de wereld in een tempo dat geen enkele tijdgenoot kon voorzien. Vanuit het Arabisch schiereiland verspreidde een nieuwe religie en een nieuw politiek bestel zich met ongekende snelheid over het Midden-Oosten, Perzië en Noord-Afrika. </p><p>Toen de Arabieren in 670 hun legerkamp opsloegen op de vlakte van het huidige Tunesië en er een stad bouwden die ze Kairouan noemden, begon een periode die het land ingrijpender zou veranderen dan welke verovering daarvoor ook. De taal, de religie, de architectuur, de stedenbouw en de dagelijkse cultuur van Tunesië zoals we die vandaag kennen zijn voor een groot deel producten van wat er in de eeuwen na die verovering gebeurde.</p>

Ottomaanse periode

<p>In 1574 veroverde het Ottomaanse Rijk Tunesië en voegde het toe aan een imperium dat zich uitstrekte van Boedapest tot Bagdad. Maar anders dan eerdere veroveraars lieten de Ottomanen het land grotendeels zichzelf besturen. Tunis bleef Tunis. </p><p>De lokale beis inden de belastingen, de medina bleef groeien en de Middellandse Zee bleef het toneel van een lucratieve maar beruchte zeeroverij die Europa angst inboezemde. In de drie eeuwen die volgden ontwikkelde Tunesië een eigen politieke identiteit die zelfs de formele Ottomaanse soevereiniteit overleefde.</p>

Frans protectoraat

<p>Op 12 mei 1881 stapte de Franse generaal Bréart het paleis Bardo binnen en legde een verdrag op tafel. De bei van Tunis had weinig keuze. Buiten stond een Frans leger van 30.000 man dat drie weken eerder vanuit Algerije de grens was overgestoken. Hij tekende. </p><p>Met het Verdrag van Bardo begon een periode van vijfenzeventig jaar Frans gezag over Tunesië, een periode die het land ingrijpend zou veranderen en die tegelijkertijd de kiemen zaaide voor zijn eigen einde.</p>

Onafhankelijkheid

<p>Op 20 maart 1956 erkende Frankrijk de onafhankelijkheid van Tunesië. Het was een moment van euforie na een strijd van decennia. Maar het echte werk begon pas. Een land opbouwen vanuit het niets, terwijl de kolonisator net was vertrokken en de nieuwe leiders nauwelijks bestuurservaring hadden, was een opgave die niet iedereen overleefde. </p><p>De zeventig jaar die volgden op de onafhankelijkheid zijn een verhaal van opmerkelijke hervormingen, autoritair bestuur, een revolutie die de wereld veranderde en een democratisch experiment dat uiteindelijk stokte. Het is een verhaal dat nog niet af is.</p>