
Carthago: opkomst en ondergang van een wereldmacht
Op achttien kilometer van het huidige Tunis, tussen chique villawijken en met uitzicht op de Middellandse Zee, liggen de resten van een stad die ooit Rome naar de keel greep. Carthago was geen bescheiden nederzetting aan de rand van de geschiedenis.
Het was een handelswelvaart, een zeemacht, een cultuurcentrum en de grootste rivaal van het machtigste rijk dat de antieke wereld kende. Het verhaal van Carthago duurt van de negende eeuw voor Christus tot 146 voor Christus, toen de Romeinen de stad definitief van de aardbodem wegveegden. Maar zelfs dat einde bleek niet het laatste woord.
Inhoudsopgave
De stichting: Dido en de ossenhuid
Een Fenicische prinses op de vlucht
Volgens de overlevering was het een vrouw die Carthago stichtte. Prinses Elissa, door de Romeinen Dido genoemd, was afkomstig uit Tyrus, een Fenicische havenstad in het huidige Libanon. Haar broer Pygmalion had haar echtgenoot vermoord om zijn vermogen te bemachtigen. Elissa vluchtte met een groep volgelingen en voer de Middellandse Zee over naar Noord-Afrika, op zoek naar een plek om opnieuw te beginnen.
De lokale Berberse heerser Iarbas bood haar een stuk land zo groot als een ossenhuid kon omvatten. Elissa liet de huid in dunne reepjes snijden en legde die in een cirkel om een hele heuvel. Zo verkreeg ze de Byrsa, de heuvel die het hart van Carthago zou worden. Of het verhaal historisch klopt, weet niemand zeker. Maar het zegt iets over hoe de Carthagers zichzelf begrepen: als mensen die met slimheid en vindingrijkheid een wereld veroverden.
Van handelspost tot stadstaat
De archeologische werkelijkheid is nuchterder maar niet minder indrukwekkend. Rond 814 voor Christus vestigden Fenicische kolonisten vanuit Tyrus een handelspost aan de Golf van Tunis. De naam Qart-Hadasht betekende simpelweg 'nieuwe stad'. De locatie was ideaal: een uitstekend schiereiland met een natuurlijke beschutting, direct aan de handelsroutes die het westelijke Middellandse Zeegebied doorkruisten.
In de zevende eeuw voor Christus bevrijdde Carthago zich van de Fenicische moederstad en werd een zelfstandige stadstaat met een eigen bestuur, een eigen cultuur en eigen ambities. Twee jaarlijks gekozen magistraten, de suffeten, leidden de stad samen met een senaat van vooraanstaande families. Het was een oligarchie die draaide op handel, en de handel draaide goed.
Een handelsimperium aan zee
De havens van Carthago
De kracht van Carthago lag op het water. De stad bezat twee havens die samen een meesterwerk van stedenbouwkundige planning vormden. De handelshaven was open voor iedereen, een drukke plek waar schepen uit de hele Middellandse Zee aanlegden. Ernaast lag de militaire haven, afgeschermd door hoge muren en vrijwel onzichtbaar van buitenaf. In het midden van die ronde haven lag een eiland met scheepshellingen voor meer dan 170 oorlogsschepen. Wie de stad van zee naderde, zag alleen de koopmanshaven en wist niet wat er achter die muren schuilging.
Op het hoogtepunt van zijn macht beheerste het Carthaagse Rijk grote delen van Noord-Afrika, het zuiden van Spanje, Sicilië, Sardinië en Corsica. Carthago had mogelijk 300.000 inwoners, een stad van een formidabele omvang voor die tijd. Het Noord-Afrikaanse achterland produceerde vijgen, granaatappels, olijfolie en graan. De zilverrijke mijnen van Spanje vulden de staatskas. En de vloot hield de handelsroutes open en de concurrenten op afstand.
Cultuur en religie
De Carthagers, door de Romeinen Puniërs genoemd, hadden een rijke eigen cultuur die weinig van doen had met de karikatuur die hun vijanden later van hen maakten. Ze hadden een eigen schrift, afgeleid van het Fenicische alfabet. Ze bouwden tempels, bibliotheken en weelderige tuinen. Hun landbouwtechniek was zo verfijnd dat de Romeinen na de verovering de Carthaagse landbouwtraktaten bewaard hielden en vertaalden, als enige Carthaagse tekst die de vernietiging overleefde.
De religie van Carthago kende een donkere kant die de Grieken en Romeinen met afschuw beschreven: het Tophet, een offerplaats waar volgens antieke bronnen kinderen werden geofferd aan de god Baäl Hammon en de godin Tanit. Moderne archeologen zijn verdeeld over hoe letterlijk deze beschrijvingen genomen moeten worden. De urnen vol kinderbeenderen die zijn opgegraven op de Tophet-locatie in Carthago bestaan, maar of het werkelijk om rituele offers gaat of om een begraafplaats voor jong gestorven kinderen, is tot op de dag van vandaag onderwerp van wetenschappelijk debat.
De drie Punische oorlogen

Eerste Punische Oorlog (264–241 v.Chr.): de zee als slagveld
De botsing tussen Carthago en Rome was onvermijdelijk. Twee grootmachten die allebei hun invloedssfeer uitbreidden konden niet eeuwig naast elkaar bestaan. Het begon op Sicilië, het eiland dat Carthago deels beheerste en waarop Rome zijn oog had laten vallen. In 264 voor Christus verklaarde Rome de oorlog.
Carthago was een zeemacht, Rome een landmacht. De Eerste Punische Oorlog dwong Rome om een oorlogsvloot op te bouwen en zeeslagen te leren voeren, iets wat de Romeinen tot dan toe nauwelijks hadden gedaan. Na 23 jaar strijd, enorme verliezen aan beide zijden en talloze zeeslagen won Rome. Carthago moest Sicilië opgeven en een zware schatting betalen. Het was een vernedering, maar geen genadeklap.
Tweede Punische Oorlog (218–201 v.Chr.): Hannibal en de olifanten
De tweede oorlog is de beroemdste. Hannibal Barkas, zoon van de Carthaagse generaal Hamilcar, was vastbesloten de vernedering van de eerste oorlog te wreken. In 218 voor Christus trok hij met een leger van naar schatting 50.000 infanterie, 9.000 ruiters en een aantal oorlogsolifanten vanuit Spanje door Zuid-Frankrijk en over de Alpen richting Italië.
De oversteek was een marteling. De meeste olifanten bezweken, duizenden soldaten stierven aan de kou en het terrein. Maar Hannibal bereikte Italië en begon Rome te verslaan, slag na slag. Bij Cannae in 216 voor Christus vernietigde hij een Romeins leger van 80.000 man, een van de dodelijkste veldslagen uit de gehele oudheid. Rome wankelde maar viel niet.
Het keerpunt kwam toen de Romeinse generaal Scipio de oorlog verplaatste naar Afrika zelf. Carthago riep Hannibal terug. In 202 voor Christus botsten de twee legers bij Zama, diep in de Tunesische steppe. Scipio won en Carthago capituleerde. De vredesvoorwaarden waren hard: verlies van Spanje, vernietiging van vrijwel de hele vloot, een zware oorlogsschatting en een verbod om zonder Romes toestemming oorlog te voeren.
Derde Punische Oorlog (149–146 v.Chr.): Delenda est Carthago
Carthago herstelde zich verrassend snel van de tweede oorlog. Te snel, vond men in Rome. De senator Cato de Oudere zou elke redevoering zijn geëindigd met dezelfde zin: "Ceterum censeo Carthaginem esse delendam." Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden.
In 149 voor Christus greep Rome een grensconflict aan als voorwendsel voor een derde oorlog. Carthago probeerde de confrontatie te vermijden en deed concessie na concessie, maar Rome was onverbiddelijk. Het beleg duurde drie jaar. Toen de muren uiteindelijk werden doorbroken, vochten de Carthagers straat voor straat. Naar schatting 150.000 mensen werden gedood of als slaaf weggevoerd. De stad werd volledig afgebroken, de haven onbruikbaar gemaakt, de aquaducten vernield. In 146 voor Christus hield Carthago op te bestaan.
Romeins Carthago: een stad herrijst
Wederopbouw op de puinhopen
De Romeinen lieten de plek niet lang leeg liggen. Honderd jaar na de verwoesting begonnen Julius Caesar en later keizer Augustus met de herbouw van een nieuwe stad op dezelfde locatie. Het Romeinse Carthago groeide uit tot de derde grootste stad van het rijk, na Rome en Alexandrië.
De Antoninusbaden die er werden gebouwd waren de grootste thermale baden van het hele Romeinse Rijk. Een aquaduct van meer dan 130 kilometer transporteerde vers water vanuit de bergen naar de stad. Carthago werd een centrum van handel, cultuur en later ook van het vroege christendom: Tertullianus en Cyprianus, twee invloedrijke kerkvaders, waren hier actief in de derde eeuw. Augustinus van Hippo studeerde er als jongeman.
Verval en vergeten
Het Romeinse Carthago overleefde de val van Rome niet lang. In 439 veroverden de Vandalen de stad en maakten er hun hoofdstad van. De Byzantijnen verdreven hen in 534, maar hun heerschappij duurde slechts anderhalve eeuw. In 698 namen de Arabieren de stad definitief in. Ze sloopten wat er nog stond en verplaatsten hun basis naar het nabijgelegen Tunis. Carthago verdween fysiek van de kaart.
Maar in het collectieve geheugen verdween het nooit. Hannibal, Dido en de Punische oorlogen bleven eeuwenlang voortleven in Europese literatuur, kunst en verbeelding. De eerste moderne opgravingen begonnen in 1817, gestart door de Nederlander Jean-Emile Humbert. Sindsdien is er generaties lang gegraven op de Byrsa-heuvel en omgeving. In 1979 plaatste UNESCO de ruïnes van Carthago op de werelderfgoedlijst. Het is vandaag een van de meest bezochte historische sites van Tunesië, verspreid over een weelderige buitenwijk van Tunis, met de Middellandse Zee als decor.
Carthago vandaag bezoeken
De site van Carthago is geen compact bezoekerscentrum maar een verspreide verzameling locaties over een paar vierkante kilometer.
De Byrsa-heuvel biedt het beste overzicht en heeft een goed museum.
De Antoninusbaden aan de kustlijn zijn het spectaculairst qua omvang.
Het Tophet, de oude offerplaats, geeft een inkijk in de Punische religie.
En wie de schatten van Carthago bijeen wil zien, bezoekt het Bardo Museum in Tunis, waar de grootste collectie Romeinse mozaïeken ter wereld is ondergebracht, veel ervan afkomstig uit villa's in de regio Carthago.
Tips
- ✦Combineer een ochtend in Carthago met een middag in het nabijgelegen Sidi Bou Saïd. De twee liggen op een paar honderd meter van elkaar en vormen samen een van de mooiste dagjes uit die Tunesië te bieden heeft.