
De Arabische verovering van Tunesië: een nieuwe wereld
In de zevende eeuw na Christus veranderde de wereld in een tempo dat geen enkele tijdgenoot kon voorzien. Vanuit het Arabisch schiereiland verspreidde een nieuwe religie en een nieuw politiek bestel zich met ongekende snelheid over het Midden-Oosten, Perzië en Noord-Afrika.
Toen de Arabieren in 670 hun legerkamp opsloegen op de vlakte van het huidige Tunesië en er een stad bouwden die ze Kairouan noemden, begon een periode die het land ingrijpender zou veranderen dan welke verovering daarvoor ook. De taal, de religie, de architectuur, de stedenbouw en de dagelijkse cultuur van Tunesië zoals we die vandaag kennen zijn voor een groot deel producten van wat er in de eeuwen na die verovering gebeurde.
Inhoudsopgave
De drie expedities: een taaie verovering
De eerste aanvallen en het Berberse verzet
De Arabische opmars naar Noord-Afrika begon al in 642, slechts tien jaar na de dood van de profeet Mohammed. Maar de werkelijke verovering van Tunesië kostte meer dan vijftig jaar en drie grote militaire expedities. Het Byzantijnse bestuur was verzwakt maar niet hulpeloos, en de Berberse bevolking van het binnenland bleek een taai en onverwacht formidabel obstakel.
De eerste Arabische aanvallen bereikten de kuststreek en versloegen Byzantijnse legers, maar konden geen blijvend gezag vestigen. De Berbers, die al lang gewend waren aan vreemde heersers, kozen aanvankelijk soms de kant van de Byzantijnen, soms die van de Arabieren, maar weigerden zich zonder meer te onderwerpen.
Uqba ibn Nafi sticht Kairouan (670)
De derde expeditie, geleid door de Arabische generaal Uqba ibn Nafi, was de beslissende. In 670 trok hij met een leger van zo'n 10.000 man Noord-Afrika in en koos strategisch een plek diep in het binnenland, ver genoeg van de kust om buiten het bereik van de Byzantijnse vloot te zijn en tegelijk centraal genoeg om als uitvalsbasis voor verdere verovering te dienen.
Daar sloeg hij zijn legerkamp op. Kairouan, het Arabische woord voor legerkamp, was geboren. De stad die hij stichtte zou in de eeuwen die volgden uitgroeien tot een van de heiligste en meest invloedrijke steden van de islamitische wereld. Uqba liet er ook meteen een moskee bouwen, de voorloper van de Grote Moskee die nog altijd staat.
De val van Carthago (698) en het einde van de Byzantijnen
Na de stichting van Kairouan bleef het verzet aanhouden. De Kahina, de legendarische Berberse koningin, versloeg het Arabische leger in een beslissende slag en dwong de overlevenden terug naar Egypte. Maar in 698 keerde generaal Hasan ibn al-Nu'man terug met vers versterkingen. Carthago werd ingenomen, verwoest en definitief verlaten. De Arabieren verplaatsten hun basis naar het nabijgelegen Tunis en het Byzantijnse tijdperk in Noord-Afrika was voorbij.
Anders dan de Byzantijnen en de Vandalen voor hen waren de Arabieren niet tevreden met de kuststreken alleen. Ze drongen het binnenland in, vestigden gezag over de Berberse stammen en begonnen een proces van culturele en religieuze transformatie dat geen van de eerdere veroveraars in gang had gezet.
Islamisering en arabisering

Bekering: geleidelijk maar grondig
De islamisering van de Berberse bevolking verliep niet via dwang alleen. Bekering tot de islam bood praktische voordelen: lagere belastingen, gelijke rechten binnen de islamitische gemeenschap en toegang tot het militaire en bestuurlijke apparaat van het nieuwe rijk. Berbers die zich bekeerden werden opgenomen in de Arabische legers en speelden een cruciale rol in de verdere expansie van de islam.
Zo was het voornamelijk een Berberse strijdmacht die in 711 onder leiding van Tariq ibn Ziyad de Straat van Gibraltar overstak en het Iberisch schiereiland veroverde. Gibraltar dankt zijn naam aan hem: Jabal al-Tariq, de berg van Tariq. De ironie was niet gering: de Berbers die decennia eerder nog hadden gevochten tegen de Arabieren, hielpen diezelfde Arabieren nu een imperium te bouwen dat Europa zou bereiken.
Een nieuwe taal, een nieuw alfabet
De arabisering verliep langzamer dan de islamisering. Latijn en de Berberse dialecten bleven nog eeuwen in gebruik, zeker op het platteland en in de bergen. Maar Arabisch werd de taal van het bestuur, de rechtspraak, de wetenschap en de religie. Wie carrière wilde maken, moest Arabisch leren. Wie wilde studeren, deed dat in het Arabisch. Generatie na generatie versmolten de talen tot een nieuwe Tunesische variant van het Arabisch die tot op de dag van vandaag herkenbaar verschilt van het Egyptische of het Syrische Arabisch.
Kairouan: hart van een islamitische beschaving
De heilige stad van Noord-Afrika
Kairouan groeide in de achtste en negende eeuw uit tot een van de belangrijkste steden van de islamitische wereld. Voor moslims was het de heiligste stad na Mekka, Medina en Jeruzalem. Zeven pelgrimstochten naar Kairouan stonden gelijk aan de verplichte Hajj naar Mekka, wat de stad voor Noord-Afrikanen die de lange en kostbare reis naar Saoedi-Arabië niet konden maken een essentieel religieus centrum maakte.
De Grote Moskee van Kairouan, voor het eerst gebouwd door Uqba ibn Nafi in 670 en in de negende eeuw grootschalig uitgebreid, is de oudste moskee van Noord-Afrika en een van de meest invloedrijke bouwwerken in de islamitische architectuurgeschiedenis. De minaret, de binnenplaats en de gebedshal werden het model voor moskeeën door heel de Maghreb. De zuilen in de gebedshal zijn voor een deel afkomstig van Romein en Carthaagse gebouwen, een tastbaar bewijs van hoe de nieuwe beschaving de oude in zich opnam.
Een centrum van wetenschap en handel
Kairouan was niet alleen een religieus centrum maar ook een intellectueel en commercieel knooppunt. Geleerden uit de hele islamitische wereld kwamen er studeren en lesgeven. Handelsroutes verbonden de stad met het Sahara-binnenland, vanwaar goud, ivoor en andere goederen afkomstig waren, en met de havensteden aan de kust, vanwaar die goederen de Middellandse Zee overstaken naar Europa. De stad groeide van een legerkamp naar een metropool van naar schatting 50.000 inwoners in de negende eeuw.
De dynastieën na de verovering
De Aghlabieden (800–909): bloei en expansie
Na een periode van politieke instabiliteit vestigde Ibrahim ibn al-Aghlab in 800 een nieuw gezag over Ifriqiya, zoals de Arabieren de provincie noemden. De Aghlabieden regeerden nominaal namens de Abbasidische kalief in Bagdad maar waren in de praktijk zelfstandig. Onder hun bewind bereikte de beschaving van Tunesië een eerste hoogtepunt.
Ze verbeterden de waterinfrastructuur, bouwden irrigatiesystemen en stimuleerden de olijfteelt. Ze lieten indrukwekkende ribats bouwen langs de kust als verdediging en religieuze centra tegelijk. En ze veroverden Sicilië, dat van 827 tot 902 onder Arabisch gezag stond en daarna nog decennialang islamitische invloeden droeg in zijn taal, architectuur en keuken.
De Fatimieden en de Zirieden (909–1159): sjiitisch intermezzo
In 909 maakten de Fatimieden, een sjiitische dynastie gesteund door Berberse stammen uit Algerije, een einde aan de Aghlabidische heerschappij. Ze veroverden Kairouan en vestigden een rivaal-kalifaat dat het gezag van de Abbasidische kalief in Bagdad uitdaagde. In 969 veroverden ze Egypte en verplaatsten ze hun hoofdstad naar het nieuwe Caïro, dat ze zelf hadden gesticht. Tunesië lieten ze achter onder beheer van de Zirieden, een Berberse stadhoudersfamilie.
De Zirieden kozen uiteindelijk de kant van de soennitische Abbasieden en keerden zich af van de Fatimieden. Dat besluit had verstrekkende gevolgen. De Fatimieden stuurden als straf de Arabische Banu Hilal-stam vanuit Egypte westwaarts. Deze massale migratiegolf van nomadische Arabieren verwoestte steden, vernielde irrigatiewerken en versnelde de arabisering van het binnenland dramatisch. Kairouan werd in 1057 vrijwel met de grond gelijkgemaakt. De stad waaruit ooit de hele islamitische beschaving van Noord-Afrika was gevoed, herrees nooit meer in haar oude glorie.
De Hafsieden (1229–1574): een Tunesisch koninkrijk
Na eeuwen van wisselende dynastieën en externe invloeden vestigden de Hafsieden in 1229 een eigen koninkrijk met Tunis als hoofdstad. Het was voor het eerst dat het huidige Tunesische grondgebied als zelfstandige politieke eenheid werd bestuurd. De Hafsieden waren van Berberse afkomst maar volledig gearabiseerd en sloten zich aan bij de soennitische islam.
Onder hun bewind werd Tunis een van de belangrijkste steden van de Middellandse Zeewereld. De medina zoals die er vandaag uitziet is voor een groot deel een product van de Hafsidische periode: soeks, moskeeën, madrasas en de typisch Noord-Afrikaanse architectuur van witte muren en binnenhoven. De Hafsieden hielden stand tot 1574, toen de Ottomanen Tunesië innamen. Drie eeuwen Hafsidische beschaving hadden het land een eigen karakter gegeven dat zelfs de Ottomanen niet volledig konden uitwissen.
Een erfenis die overal zichtbaar is
De Arabische verovering en de islamitische beschaving die erop volgde zijn de diepste laag in het hedendaagse Tunesië. De taal die mensen spreken, de gebeden die ze bidden, de steden die ze bewonen en de architectuur die ze omringt zijn alle producten van wat er in de zeven eeuwen na 670 gebeurde. Wie door de medina van Tunis loopt, door de steegjes van Kairouan dwaalt of de minaret van een kustmoskee ziet oplichten in de zon, ziet de Arabische verovering niet als iets van lang geleden maar als iets dat gewoon nog aanwezig is.