
Tunesië onafhankelijk: van Bourguiba tot vandaag
Op 20 maart 1956 erkende Frankrijk de onafhankelijkheid van Tunesië. Het was een moment van euforie na een strijd van decennia. Maar het echte werk begon pas. Een land opbouwen vanuit het niets, terwijl de kolonisator net was vertrokken en de nieuwe leiders nauwelijks bestuurservaring hadden, was een opgave die niet iedereen overleefde.
De zeventig jaar die volgden op de onafhankelijkheid zijn een verhaal van opmerkelijke hervormingen, autoritair bestuur, een revolutie die de wereld veranderde en een democratisch experiment dat uiteindelijk stokte. Het is een verhaal dat nog niet af is.
Inhoudsopgave
Bourguiba bouwt een staat
Van koninkrijk naar republiek (1956–1957)
De onafhankelijkheid was nog geen jaar oud toen Bourguiba al de volgende stap zette. Op 25 juli 1957 werd de bei afgezet, de monarchie afgeschaft en de republiek uitgeroepen. Bourguiba werd de eerste president van de Republiek Tunesië. De Neo-Destour-partij, die de onafhankelijkheidsstrijd had geleid, won alle zetels in de grondwetgevende vergadering. Het nieuwe Tunesië was van meet af aan een eenpartijstaat, maar dan wel een met ambitieuze plannen.
Bourguiba was een modernist in hart en nieren. Hij had in Parijs gestudeerd, kende de Europese wereld van binnenuit en geloofde dat Tunesië dezelfde weg kon gaan. Zijn politieke model was niet de Arabische wereld maar het seculiere Turkije van Atatürk.
De Code du Statut Personnel: rechten voor vrouwen
Al op 13 augustus 1956, nog geen vijf maanden na de onafhankelijkheid, kondigde Bourguiba de Code du Statut Personnel af. Het was een revolutionaire wet voor zijn tijd en zijn regio: polygamie werd verboden, vrouwen kregen het recht op scheiding, kindhuwelijken werden strafbaar en de minimumleeftijd voor huwelijk werd vastgesteld. De sharia werd als rechtsbasis afgeschaft en vervangen door een modern burgerlijk wetboek.
Geen enkel ander Arabisch land had op dat moment zulke verregaande vrouwenrechten. De wet is tot op de dag van vandaag van kracht en geldt als een van de meest progressieve in de regio. Ze verklaart voor een groot deel waarom de positie van vrouwen in Tunesië zo fundamenteel verschilt van die in de omringende landen.
Onderwijs en modernisering
Bourguiba investeerde massaal in onderwijs. Hij geloofde dat een opgeleid volk de enige solide basis was voor een moderne staat. Scholen werden gebouwd door het hele land, het analfabetisme daalde snel en meisjes gingen op gelijke voet met jongens naar school. Die investering heeft generaties lang vruchten afgeworpen: Tunesië heeft vandaag een van de hoogste alfabetiseringsgraden van Afrika en een relatief hoog opgeleid bevolking.
Tegelijkertijd nationaliseerde hij grote stukken grond die de Franse kolonisten hadden bezet, brak hij met de Arabische Liga na een omstreden uitspraak over onderhandelingen met Israël en probeerde hij socialistische economische experimenten die rampzalig uitpakten. In de jaren zestig leidde een gedwongen collectivisering van de landbouw tot een economische crisis die de banden met Frankrijk tijdelijk versneed.
Autoritair bestuur en de late jaren van Bourguiba

President voor het leven (1975)
Naarmate Bourguiba ouder werd, werd zijn greep op de macht strakker. Oppositie werd onderdrukt, vakbonden die te luid spraken kregen te maken met repressie en in 1977 schoten legereenheden op stakers en demonstranten. In 1975 liet hij zich president voor het leven uitroepen. De man die het land had bevrijd van de Fransen was langzaamaan zelf een autoritair leider geworden.
In de jaren tachtig nam de islamitische oppositie toe. De beweging Ennahda, geïnspireerd door de Iraanse revolutie van 1979, won aan invloed. Bourguiba reageerde met harde repressie en eiste de doodstraf voor leiders van de beweging. Zijn premier Zine El Abidine Ben Ali, die hij pas in oktober 1987 had aangesteld, liet hem op 7 november 1987 medisch ongeschikt verklaren voor het presidentschap. Het was een bloedeloze coup. Bourguiba, inmiddels 84 jaar oud, werd naar zijn villa in Monastir gestuurd. Hij stierf er in 2000.
Ben Ali: modernisering met een ijzeren vuist
Economische groei, politieke stagnatie
Ben Ali begon veelbelovend. Hij schafte de levenslange presidentiële ambtstermijn af, beloofde democratische hervormingen en opende het land voor buitenlandse investeringen. Het toerisme groeide snel, de economie draaide en Tunesië ontwikkelde zich tot een van de stabielere en welvarende landen van Afrika. De alfabetiseringsgraad steeg verder, de middenklasse groeide en de infrastructuur verbeterde.
Maar politiek veranderde er weinig. Verkiezingen waren een farce. In 1999 won Ben Ali met 99 procent van de stemmen, in 2009 nog altijd met bijna 90 procent. De veiligheidsdiensten hielden het land in een greep van angst. Journalisten die te kritisch waren verdwenen in de gevangenis. De vrije pers bestond niet. En de rijkdom die het land verdiende vloeide voor een disproportioneel groot deel naar de familie van Ben Ali en zijn vrouw Leila Trabelsi, wier clan de economie als hun persoonlijk eigendom behandelde.
Corruptie als systeem
Het onrecht was niet alleen politiek maar ook economisch zichtbaar. Een jong opgeleide generatie Tunesiërs vond geen werk. De jeugdwerkloosheid liep op tot boven de 30 procent. Wie een baan wilde in de publieke sector had connecties nodig. Wie een bedrijf wilde starten had de juiste mensen nodig. Het gevoel van uitzichtloosheid groeide, maar openlijk protesteren was gevaarlijk.
De Jasmijnrevolutie (2010–2011)
Mohammed Bouazizi en de vlam die alles veranderde
Op 17 december 2010 stak een 26-jarige straatverkoper in het stadje Sidi Bouzid zichzelf in brand voor een overheidsgebouw. Mohammed Bouazizi had zijn waren verkocht om zijn jongere broers en zussen te onderhouden. Die ochtend had een vrouwelijke politieagent zijn kar in beslag genomen, hem vernederd en geslagen. Zijn klacht bij de gemeente werd genegeerd. Bouazizi overleefde zijn daad niet. Hij stierf op 4 januari 2011.
Maar zijn daad stak een land in brand. De protesten begonnen in Sidi Bouzid en verspreidden zich via sociale media razendsnel naar andere steden. Vakbonden, studenten, advocaten en gewone burgers sloten zich aan. Ze eisten werk, vrijheid en waardigheid. Ben Ali verscheen op televisie, beloofde hervormingen, stuurde de politie op de betogers af. Honderden mensen werden gedood.
Het hielp niet. Op 14 januari 2011 ontbond Ben Ali de regering, kondigde de noodtoestand af en stapte 's avonds in een vliegtuig naar Saoedi-Arabië. Na 23 jaar was hij weg. Op straat in Tunis barstte het feest los.
Het vonkje dat de Arabische wereld in brand zette
Wat in Tunesië begon, stopte niet bij de Tunesische grens. Binnen weken braken protesten uit in Egypte, Libië, Bahrein, Syrië, Jemen en tientallen andere Arabische landen. De Arabische Lente was een feit. Tunesië was het begin geweest. Maar terwijl de revoluties elders uitliepen op burgeroorlog, militaire coups of hernieuwd autoritair bestuur, koos Tunesië een andere weg.
De democratische transitie (2011–2021)
De eerste vrije verkiezingen en een nieuwe grondwet
Op 23 oktober 2011 organiseerde Tunesië de eerste vrije verkiezingen in zijn geschiedenis. 112 politieke partijen namen deel. De gematigd islamistische partij Ennahda won de meeste stemmen. In de jaren die volgden wisselden regeringen elkaar af, sloten seculiere en islamistische partijen compromissen en werd er geruzied, onderhandeld en weer onderhandeld.
Op 26 januari 2014 werd een nieuwe grondwet ondertekend, breed gezien als de meest progressieve van de Arabische wereld. Ze garandeerde vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid en gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Het Tunesische Nationaal Dialoogkwartet, een coalitie van vier civiele organisaties die de transitie hadden begeleid, won in 2015 de Nobelprijs voor de Vrede. Tunesië gold als het enige succesverhaal van de Arabische Lente.
De schaduw van terreur en economische stagnatie
Maar het succes was fragiel. De economie verbeterde niet. De jeugdwerkloosheid bleef hoog. In 2015 waren er twee verwoestende terroristische aanslagen: een aanslag op het Bardo Museum in Tunis waarbij 22 buitenlandse toeristen werden gedood, en een aanslag op een strand in Sousse waarbij 38 toeristen het leven lieten. Het toerisme, een vitale sector, stortte in. Politieke partijen bleven ruziën over ideologie, geld en macht zonder de economische problemen op te lossen.
Kais Saied en de democratische terugval
Een populaire outsider aan de macht (2019)
In 2019 won Kais Saied de presidentsverkiezingen met 73 procent van de stemmen. Hij was een voormalig professor constitutioneel recht, politiek ongebonden en populair bij jongeren die genoeg hadden van de gevestigde partijen. Hij beloofde een schone lei, een aanpak van corruptie en een directere democratie. Veel Tunesiërs geloofden hem.
De machtsgreep van 2021
Op 25 juli 2021 schorste Saied het parlement, ontsloeg de premier en nam alle uitvoerende macht in handen. Hij beriep zich op een noodartikel in de grondwet. Critici noemden het een staatsgreep. In 2022 schrapte hij de grondwet van 2014 en verving haar door een nieuwe, die hem vrijwel ongecontroleerde macht gaf. Parlementsleden, journalisten en opposanten werden gearresteerd.
Het land dat tien jaar eerder gold als de hoop van de Arabische wereld had opnieuw een president die alleen regeerde. De democratische instellingen die met zo veel moeite waren opgebouwd, waren in een paar jaar tijd ontmanteld. De economische situatie verslechterde verder. Tunesië belandde diep in schulden, afhankelijk van leningen van het IMF en steun van de Europese Unie.
Waar staat Tunesië nu?
Het verhaal van het onafhankelijke Tunesië is er een van opmerkelijke verworvenheden en pijnlijke terugvallen. De vrouwenrechten die Bourguiba in 1956 verankerde staan nog altijd. Het onderwijs dat hij opbouwde heeft generaties gevormd. De revolutie van 2011 toonde dat een volk een dictator kan verjagen. En de grondwet van 2014 bewees dat een islamitisch meerderheidsland een democratische rechtsstaat kan bouwen.
Maar de democratie van 2011 tot 2021 was te kwetsbaar om stand te houden tegenover de combinatie van economische ellende, politieke incompetentie en een leider die de macht greep in naam van het volk. Hoe het verhaal verdergaat, is aan de Tunesiërs zelf. De geschiedenis van dit land heeft bewezen dat niets voorgoed vastligt.