Bezienswaardigheden in Tunesië: wat mag je niet missen?

Bezienswaardigheden in Tunesië: wat mag je niet missen?

Tunesië heeft meer te bieden dan een strandvakantie alleen. Het land telt negen UNESCO-werelderfgoedsites en een rijkdom aan historische plekken die de meeste reizigers verrassen.

Of je nu een dagtrip plant vanuit je resort of een rondreis door het land maakt, de bezienswaardigheden hieronder zijn de moeite meer dan waard. We beginnen met drie die je echt niet mag missen.

Het amfitheater van El Djem

Midden in het gelijknamige stadje in het binnenland van Tunesië staat een van de meest indrukwekkende Romeinse bouwwerken buiten Italië. Het amfitheater van El Djem werd rond 238 na Christus gebouwd in wat toen de welvarende olijfoliestad Thysdrus was, en bood ruimte aan zo'n 35.000 toeschouwers. Met een oppervlak van bijna 148 bij 122 meter is het het vierde grootste Romeinse amfitheater ter wereld, na het Colosseum in Rome, het amfitheater van Capua en de Arena van Verona. Het staat sinds 1979 op de UNESCO-werelderfgoedlijst.

Wat El Djem zo bijzonder maakt, is hoe intact het er nog uitziet. De buitenmuren staan nog grotendeels overeind, de galerijen zijn toegankelijk over drie verdiepingen en je kunt de tunnels onder de arena in lopen waar gladiatoren en dieren ooit op hun beurt wachtten. Wie het amfitheater binnenwandelt en naar boven kijkt, begrijpt direct de schaal van wat de Romeinen hier midden in een Noord-Afrikaanse provincie neerzetten. Het is ook in juli het decor voor een internationaal klassiek muziekfestival, een van de mooiste concertlocaties die wij kennen.

Het toegangskaartje geeft ook toegang tot het nabijgelegen archeologisch museum, op zo'n 700 meter lopen van het amfitheater, waar prachtige Romeinse mozaïeken en een reconstructie van een Romeinse villa te zien zijn. Reken op een uur à anderhalf voor beide locaties samen. El Djem ligt op ongeveer een uur rijden van Sousse en Monastir en is ook per trein bereikbaar vanuit Tunis.

Tips

  • Ga vroeg, voor de dagtripstoeristen arriveren. In de ochtenduren heb je de galerijen en de arena vrijwel voor jezelf en is het licht voor foto's op zijn mooist.

Carthago

Weinig namen roepen zoveel op als Carthago. De stad die eeuwenlang de grote rivaal van Rome was, die Hannibal voortbracht en wiens generaals olifanten over de Alpen leidden, werd in 146 voor Christus door de Romeinen volledig met de grond gelijkgemaakt. Daarna herbouwden diezelfde Romeinen er een nieuwe stad op, die uitgroeide tot een van de belangrijkste van het keizerrijk. Vandaag liggen de overblijfselen van beide periodes verspreid over een weelderige buitenwijk van Tunis, op loopafstand van de zee.

Carthago bezoek je niet als één compacte site maar als een reeks losse locaties over een paar vierkante kilometer. De Antoninusbaden zijn het spectaculairst: kolossale thermale baden die ooit de grootste van het Romeinse Rijk waren, nu deels gerestaureerd met uitzicht over de Middellandse Zee. De Byrsa-heuvel biedt het beste overzicht over het hele gebied en heeft een klein maar goed museum. De Tophet, de Punische offerplaats, geeft een intiem beeld van de oorspronkelijke Carthaagse beschaving. En het Nationaal Museum van Carthago verbindt alle historische draden aan elkaar.

Carthago ligt op zo'n 15 kilometer van het centrum van Tunis en is goed bereikbaar via de TGM-metrolijn. Combineer het bezoek met een middag in het naburige Sidi Bou Saïd, op slechts een paar honderd meter afstand. Meer over de geschiedenis van Carthago lees je op onze pagina over de Punische en Carthaagse periode.

Sidi Bou Saïd

Sidi Bou Saïd is het meest gefotografeerde dorp van Tunesië en begrijpelijk: witgepleisterde huizen met azuurblauwe deuren en ramen, bougainville die over muren hangt, geplaveide straatjes die omhoog kronkelen naar een klif met uitzicht over de Golf van Tunis. Het dorp ligt op 20 kilometer van de hoofdstad en is in de loop van de twintigste eeuw uitgegroeid tot een kunstenaarskolonie en een geliefd uitstapje voor zowel toeristen als stedelingen uit Tunis.

Het bijzondere aan Sidi Bou Saïd is dat het er op elk moment van de dag anders uitziet. 's Ochtends vroeg zijn de straatjes stil en het licht zacht. In de namiddag vult het zich met leven, opent Café des Nattes op het centrale plein zijn deuren en ruiken de smalle steegjes naar jasmijn en verse muntthee. Bij zonsondergang kleurt de zee achter het dorp roze en oranje. We zijn er al tientallen keren langs geweest en het went niet.

Sidi Bou Saïd is ook een uitstekend eindpunt voor een bezoek aan Carthago: de twee liggen zo dicht bij elkaar dat je ze makkelijk op één dag combineert. Vanuit het dorp heb je bovendien een prachtig uitzicht op de plek waar Carthago ooit lag, wat alles wat je eerder die dag zag nog eens in context plaatst.