Architectuur in Tunesië: een land vol bouwlagen

Architectuur in Tunesië: een land vol bouwlagen

Nergens wordt de geschiedenis van Tunesië zo tastbaar als in de architectuur. Elke beschaving die dit land heeft bezet of beïnvloed heeft iets achtergelaten: de Romeinen hun amfitheaters en tempels, de Arabieren hun moskeeën en medina's, de Ottomanen hun paleizen en koepels, de Fransen hun boulevards en koloniale gebouwen.

En dan zijn er nog de Berbers, die in het zuiden letterlijk in de rotsen woonden. Wie goed kijkt, leest in elke straat en elk gebouw een stuk van dat verhaal.

De Romeinse erfenis

Tunesië heeft een van de rijkste concentraties Romeinse bouwwerken buiten Italië. Het indrukwekkendste is het amfitheater van El Djem, een kolossaal bouwwerk uit de derde eeuw dat in zijn hoogtijdagen ruimte bood aan 35.000 toeschouwers.

Het is beter bewaard dan het Colosseum in Rome en staat dan ook op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Wie er voor het eerst voor staat, is altijd even stil. Dat midden in een klein Tunesisch stadje zo'n gigantisch bouwwerk opdoemt, blijft onwerkelijk.

Dougga

Maar El Djem is slechts het bekendste voorbeeld. In Dougga, een Romeinse stad in de heuvels van het noorden, liggen tempels, badhuizen, theaters en triomfbogen zo goed als intact in het landschap. Bulla Regia, vlakbij Bou Salem, is een bijzondere variant: de Romeinen bouwden er hun villa's deels ondergronds om de extreme zomerhitte te ontlopen.

De mozaïekvloeren die daarin bewaard zijn gebleven, behoren tot de mooiste van de antieke wereld en een groot deel ervan is nu te bewonderen in het Bardo Museum in Tunis, dat de grootste collectie Romeinse mozaïeken ter wereld herbergt.

Tips

  • Het Bardo Museum is een bestemming op zich. Reken op minimaal twee uur en ga bij voorkeur op een doordeweekse ochtend, dan zijn de zalen rustig en heb je de prachtige mozaïeken vrijwel voor jezelf.

Arabisch-islamitische architectuur

Met de komst van de Arabieren in de zevende eeuw veranderde het landschap van Tunesië ingrijpend. Kairouan, gesticht in 670 na Christus, werd het religieuze en architecturale hart van de islamitische wereld in Noord-Afrika. De Grote Moskee van Kairouan is een van de oudste en heiligste moskeeën buiten het Arabisch schiereiland en legt de basis van wat we als typisch Tunesische islamitische architectuur zijn gaan herkennen: massieve muren, een vierkante minaret, overdekte bidruimtes met zuilen die deels afkomstig zijn van Romeinse gebouwen, en een serene binnenplaats.

Die gewoonte om Romeinse zuilen, kapitelen en andere bouwonderdelen te hergebruiken in nieuwe gebouwen is typisch voor de vroeg-islamitische architectuur in Tunesië. Je ziet het in Kairouan, maar ook in moskeeën en medina's door het hele land. Het geeft deze gebouwen een merkwaardige gelaagdheid: oud materiaal in nieuwe vormen, letterlijk vermengd in hetzelfde gebouw.

De medina's zijn de meest directe erfenis van de Arabisch-islamitische stadsbouw. Een medina is geen toevallige verzameling huizen maar een doordacht stedelijk systeem: een centrale moskee als hart, omringd door de soeks georganiseerd op ambacht of product, en daaromheen een labyrint van woonstraten die smaller en stiller worden naarmate je verder van het centrum raakt. De buitenkant van de huizen is sober en blank, alle rijkdom is naar binnen gericht, rondom een centrale binnenplaats met een fontein. Meer over de medina's van Tunesië lees je op onze pagina over medina's.

De Ottomaanse laag

Vanaf de zestiende eeuw voegden de Ottomanen hun eigen architecturale taal toe aan het Tunesische landschap. Waar de vroeg-islamitische bouwstijl sober en massief is, is de Ottomaanse stijl verfijnder en decoratiever: kleurrijke tegels, sierlijke stucwerk, koepels, en binnenplaatsen met marmeren zuilen. De paleizen van de Tunesische beis in de medina van Tunis zijn het mooiste voorbeeld van deze stijl. Het Bardo Museum zelf is in zo'n paleis gevestigd, een dertiende-eeuws complex dat later door de Ottomanen werd uitgebreid.

Ook de Ottomanen bouwden forten langs de kust, als verdediging tegen Europese piraten en aanvallen vanuit zee. Het Borj El Kebir in Mahdia is een imposant voorbeeld, evenals de diverse ribats langs de kust van de Sahel. Een ribat is een combinatie van fort en klooster, oorspronkelijk bemand door islamitische strijders die in vredestijd baden en in oorlogstijd vochten. De ribat van Monastir is de best bewaarde en een van de meest gefotografeerde bouwwerken van het land.

Sidi Bou Saïd en de witte-blauwe traditie

Er is één plek in Tunesië die bijna iedereen herkent van foto's: Sidi Bou Saïd, het dorp op de klif bij Tunis met zijn witgepleisterde huizen en karakteristieke blauwe deuren en raamkozijnen.

Wat veel mensen niet weten is dat die strikte kleurcombinatie geen toeval is: begin twintigste eeuw werd door wet vastgelegd dat alle huizen in het dorp wit met blauw geschilderd moesten worden. De baron Rodolphe d'Erlanger, een Franse kunstenaar die zich er vestigde, speelde daarin een grote rol. Het resultaat is een van de mooiste en meest coherente dorpsgezichten van het Middellandse Zeegebied.

De stijl van Sidi Bou Saïd is niet uniek voor dat dorp maar weerspiegelt een bredere Tunesische traditie van kalkwit gepleisterde huizen met kleurrijke details. In de medina's van Hammamet en Sousse zie je dezelfde kleurenpallet, aangepast aan de lokale context.

Frans koloniaal erfgoed

Het Franse protectoraat, dat duurde van 1881 tot 1956, liet overal in de steden zijn sporen na. De meest zichtbare ingreep is de Ville Nouvelle, het nieuwe stadsdeel dat de Fransen naast de bestaande medina bouwden in elke grotere stad.

In Tunis loopt de brede Avenue Habib Bourguiba als ruggengraat door dit stadsdeel, geflankeerd door neoklassieke en art-decogebouwen, terrassen en bomen. Het contrast met de medina erachter is enorm en fascinerend tegelijk: de rechte, overzichtelijke koloniale stad tegenover het organische labyrint van de Arabische stad. Beide zijn even echt, beide zijn even Tunesisch.

De Fransen bouwden ook kerken, scholen, ziekenhuizen en spoorwegen, en introduceerden bouwtechnieken en materialen die het Tunesische stadslandschap blijvend veranderden. Veel van die gebouwen staan er nog steeds, soms prachtig gerestaureerd, soms in verval. In de medina van Tunis zie je op sommige plekken hoe Franse en islamitische bouwstijlen letterlijk naast en door elkaar bestaan.

Berberse en woestijnarchitectuur

In het zuiden van Tunesië bestaat een heel andere architecturale traditie, die van de Berbers. De bekendste voorbeelden zijn de ksour (enkelvoud: ksar), versterkte bergdorpen of opslagcomplexen gebouwd van kalk, zand en steen rondom een centrale binnenplaats. Ze dienden als bescherming en als graanopslag voor de nomadische gemeenschappen van de regio. Ksar Ouled Soltane en Ksar Hadada zijn twee van de best bewaarde en meest bezochte voorbeelden.

Nog bijzonderder zijn de troglodietenwoningen van Matmata, huizen die letterlijk in de zachte rots zijn uitgehakt. Ronde putten van soms tien meter diep, met kamers uitgegraven in de wanden, bieden in de zomer koelte en in de winter warmte.

Een deel van de bewoners woont er nog steeds. Het landschap is zo buitenaards dat George Lucas het uitkoos als decor voor de thuisplaneet van Luke Skywalker in Star Wars. Wie Tozeur als uitvalsbasis neemt, kan vanuit daar zowel Matmata als meerdere ksour bezoeken.