5 september 2026

Oprichter & hoofdredacteur
Tunesië wil toeristen aantrekken die meer uitgeven en vaker buiten het hotel komen. Een nieuwe studie ziet miljardenpotentieel in toerisme buiten de traditionele zon- en strandvakantie. Maar volgens ons moet Tunesië daarbij vooral niet vergeten wat de basis onder die groei mogelijk maakt: heel veel gewone strandvakantiegangers.
Tunesië staat bij Nederlandse vakantiegangers vooral bekend als een betaalbare zonbestemming. Grote resorts, all-inclusive, een goed strand voor de deur en prijzen die regelmatig een stuk lager liggen dan in Spanje, Griekenland of Turkije.
Dat imago heeft ook een keerzijde. Een toerist die een week all inclusive in Hammamet zit, laat buiten het hotel relatief weinig geld achter. Voor een land dat meer aan toerisme wil verdienen, zijn andere soorten vakantiegangers daarom erg interessant.
Een recent onderzoek naar de Tunesische toeristische sector ziet vooral kansen in vijf niches die de komende jaren verder kunnen groeien. Samen zouden deze vormen van toerisme richting 2030 miljarden dinars aan extra inkomsten kunnen opleveren. En dat is precies waar de Tunesische overheid nu op inzet.
Dat klinkt aantrekkelijk. Toch denken wij dat het verkeerd zou zijn om de strandvakantie daarbij als een probleem te zien. Juist het goedkope en grootschalige strandtoerisme kan ervoor zorgen dat Tunesië andere soorten toerisme kan ontwikkelen.

Eerst moeten de vliegtuigen vliegen
Een luxe boutiquehotel in de Sahara kan prachtig zijn. Hetzelfde geldt voor een exclusieve rondreis langs archeologische vindplaatsen, een golfvakantie of een luxe wellnessresort.
Alleen moet de vakantieganger er wel kunnen komen!
En daar zit voor Tunesië nog altijd een belangrijke beperking. Vanuit Nederland is het aantal rechtstreekse verbindingen beperkt en ook vanuit veel andere Europese landen is de vluchtfrequentie naar Tunesië aanzienlijk lager dan naar grote concurrenten rond de Middellandse Zee.
Een luchtvaartmaatschappij opent niet zomaar een route omdat ergens een mooi vijfsterrenhotel staat. Er moeten voldoende stoelen verkocht kunnen worden om een vlucht rendabel uit te voeren.
Grote badplaatsen zijn belangrijk
Als duizenden vakantiegangers iedere zomer een pakketreis naar Hammamet, Sousse, Monastir of Djerba boeken, ontstaat een constante basisvraag naar vliegtuigstoelen. Een touroperator kan capaciteit inkopen, een chartermaatschappij kan wekelijks vliegen en uiteindelijk kan een bestemming interessant worden voor meer luchtvaartmaatschappijen.
Zelfs één vlucht per week maakt vervolgens allerlei andere vakanties mogelijk die zonder die verbinding veel lastiger te verkopen zouden zijn.

All-inclusive als vliegwiel
All-inclusive toerisme wordt nogal eens neergezet als de minst interessante vorm van toerisme. Vakantiegangers vliegen naar het land, stappen in een transferbus, verblijven een week in hun resort en vliegen weer naar huis.
Economisch kun je daar terecht kanttekeningen bij plaatsen. Een deel van de bestedingen blijft binnen het hotel en populaire kustgebieden profiteren veel meer dan het binnenland.
Maar strandtoerisme heeft één enorm voordeel: het is relatief eenvoudig op grote schaal te organiseren.
Goede basis voor infrastructuur
Een resort met honderden kamers kan iedere week grote aantallen vakantiegangers ontvangen. De vraag is voorspelbaar, touroperators kunnen pakketten samenstellen en vliegtuigstoelen kunnen maanden vooruit worden ingekocht.
Die schaal zorgt voor infrastructuur: Niet alleen voor hotels, maar ook voor luchthavens, transfers, autoverhuur, restaurants, excursiebedrijven en uiteindelijk meer vliegverbindingen. En het beste hiervan is dat de infrastructuur niet alleen het toerisme ten goede komt:
Betere wegen, betere digitale infrastructuur, een stabieler en betrouwbaarder stroomnet en meer politie op straat zijn zomaar wat zaken die nodig zijn voor ontwikkeling van toerisme, die ook de lokale bevolking ten goede komt.

Van Hammamet naar Tozeur
Tozeur is daar een interessant voorbeeld van.
Wie alleen naar het potentiële aantal vakantiegangers voor een luxe woestijnreis kijkt, krijgt waarschijnlijk nooit dezelfde volumes als bij een week all-inclusive aan de kust. Toch kan een bestemming als Tozeur profiteren van de miljoenen mensen die al naar Tunesië reizen.
Een deel daarvan wil tijdens de vakantie best twee dagen de Sahara in. Anderen komen na een eerste strandvakantie terug voor een rondreis. En wie dankzij een goedkope rechtstreekse vlucht eenmaal gemakkelijk in Tunesië kan komen, kan bij een volgend bezoek voor een heel ander soort vakantie kiezen.
Dat maakt investeringen zoals The Mora Sahara Tozeur van TUI interessant. Het luxe hotel probeert een ander publiek aan te spreken dan het klassieke strandresort, maar profiteert tegelijkertijd van een land dat dankzij het bestaande toerisme al over luchthavens, touroperators en een omvangrijke reisindustrie beschikt.
Hetzelfde geldt voor cultuurtoerisme, wellness, golf en kleinschaligere luxe accommodaties.

Meer verdienen zonder minder toeristen
De interessante vraag voor Tunesië is daarom volgens ons niet hoe het land het goedkope strandtoerisme kan vervangen.
Veel interessanter is hoe je bovenop die markt verder kunt bouwen.
Turkije laat goed zien hoe dat kan werken. De Turkse zuidkust ontvangt enorme aantallen pakketreizigers, waardoor luchthavens als Antalya vanuit vrijwel heel Europa uitstekend bereikbaar zijn. Die verbindingen worden niet alleen gebruikt door gasten van grote all-inclusive resorts. Ook reizigers die een boutiquehotel boeken, een auto huren of verder het land in reizen profiteren ervan.
Die sch
Dat betekent dat groei van het traditionele toerisme voorlopig juist belangrijk blijft. Meer vraag naar vakanties in Hammamet, Sousse, Monastir en Djerba kan ervoor zorgen dat bestaande vluchten vaker gaan vliegen en nieuwe routes aantrekkelijk worden.
Daarna wordt het eenvoudiger om ook kleinere en duurdere toeristische producten te verkopen.
De eerste tekenen zijn er al
Tunesië ontving in 2025 voor het eerst meer dan 11 miljoen toeristen en ook in 2026 groeit het aantal bezoekers verder. Tegelijkertijd keren internationale hotelgroepen terug, wordt geïnvesteerd in nieuwe accommodaties en breiden touroperators hun programma's uit.
Meliá werkt aan meerdere hotels in het land. TUI breidt zijn aanwezigheid uit en investeert zowel aan de kust als in Tozeur. Vanaf 2027 keert bovendien Jet2 terug naar Tunesië met vluchten vanaf vijf Britse luchthavens.
Vooral dat laatste is interessant. Jet2 verkoopt in eerste instantie vooral de bekende zonvakantie: vliegtuig, transfer en hotel. Precies het soort toerisme dat soms als weinig ambitieus wordt gezien.
Maar die vliegtuigen zorgen wél voor extra capaciteit tussen Europa en Tunesië. Als zo'n verbinding eenmaal bestaat, ontstaat ruimte voor andere reisproducten.
Goedkoop hoeft geen eindstation te zijn
Tunesië hoeft wat ons betreft dus helemaal niet af van zijn positie als betaalbare zonbestemming. Een week all-inclusive voor een scherpe prijs blijft een uitstekend product en trekt enorme aantallen vakantiegangers.
De uitdaging zit ergens anders.
Zorg dat een groter deel van die bezoekers ook iets buiten het resort onderneemt. Maak het eenvoudiger om een strandvakantie te combineren met Tozeur of de Sahara. Ontwikkel betere hotels in het binnenland. Investeer in cultuur, gastronomie en wellness. En gebruik de groeiende bezoekersaantallen om luchtvaartmaatschappijen te overtuigen vaker naar het land te vliegen.
Dan wordt het bestaande strandtoerisme geen concurrent van het luxere toerisme, maar de infrastructuur waarop dat toerisme kan groeien.
Voor Tunesië lijkt ons dat een veel realistischer route dan proberen de ene vakantieganger door de andere te vervangen.
